ECTS-database Plantijn Hogeschool
  
 

1 Biomedische laboratoriumtechnologie - 1BL - Onderdelen - Hormonen
  

Component behoort tot O.O.: Eiwitten
Afstudeerrichting: -:-
Code: 10062
Academiejaar: 2007-2008
Type: ?
Niveau: ?
Programmajaar: 1
Periode binnen het modeltraject: :
Aantal studiepunten: nvt
Wegingscoëfficient: 27
Totaal aantal contacturen: 11
Totaal studietijd: 21,06
Deeltijds programma:
Vrijstelling of overdracht: niet mogelijk
Onderwijstaal: Nederlands
Lector(en): Caethoven Goele


 

KORTE OMSCHRIJVING

COMPETENTIEGERICHTE LEERDOELEN
 Dit opleidingsonderdeel draagt in het bijzonder bij tot het realiseren van volgende opleidingsdoelen (eindtermen)

Algemene competenties

  • BL101 Hij/zij kan zijn werk op een efficiënte en ordelijke wijze organiseren en hanteert tijdmanagementtechnieken.
  • BL102 Hij/zij kan relevante informatie verzamelen.
  • BL103 Hij/zij deelt de problemen op en onderscheidt hoofd- van bijzaken, redeneert logisch, werkt nauwkeurig, denkt kritisch, trekt gegronde conclusies uit beschikbare informatie.
  • BL104 Hij/zij stelt zich open voor het verwerven van nieuwe kennis en vaardigheden en kan daartoe de gepaste leerstrategieën aanwenden.
  • BL105 Hij/zij kan samenwerken met collega's zowel uit de eigen als uit andere vakdisciplines. Hij/zij functioneert goed in teamverband.
  • BL106 Hij/zij kan ordelijk en duidelijk rapporteren over zijn/haar werk, schrijft en spreekt vlot en in een taal aangepast aan de doelgroep.
Algemene beroepsgerichte competenties
  • BL207 Hij/zij heeft een vakoverschrijdende en geïntegreerde kennis. Deze deskundigheid omvat de verschillende aspecten van de biomedische wetenschappen, waaronder: chemie, biologie, biochemie, microbiologie, anatomie, fysiologie, hematologie en immunologie.
  • BL208 Hij/zij beschikt over goede laboratorium- en technologische vaardigheden, kan deze toepassen in concrete praktijksituaties en kan daarbij de moderne informatica-hulpmiddelen gebruiken.
  • BL209 Hij/zij streeft naar een correcte voorbereiding en uitvoering, waarbij hij/zij zich bewust is van de veiligheidsaspecten (o.a. het besmettingsgevaar) en de kwaliteitseisen.
Beroepsspecifieke competenties

    SPECIFIEKE DOELSTELLINGEN
    • Hij/zij heeft een eerste inzicht in de aard, de werking en de eigenschappen van hormonen.
    • Hij/zij beseft dat hormonen slechts een beperkte groep zijn uit het totale pakket van de biochemische boodschappers.
    • Hij/zij begrijpt het begrip homeostase.

    VEREISTE BEGINCOMPETENTIES
    Opleidingsonderdelen waarvoor voorafgaand credits dienen behaald te zijn

    geen


    Opleidingsonderdelen die vooraf dienen gevolgd te zijn
    geen
    Andere begincompetenties
    Grondig inzicht in de structuur - functie relatie van eiwitten
    LEERINHOUDEN

    De mens is ingenieus opgebouwd. Ontstaan uit één bevruchte eicel ontwikkelen hieruit weefsels, organen en stelsels met uiteenlopende functies. Om georchestreerd te reageren dient  er een uitstekend communicatiesysteem te bestaan tussen de verschillende cellen, weefsels organen en stelsels. Het bestaande signalisatiestelsel is tweeledig:  fysisch en biochemisch. Het zenuwstelsel vormt een fysische bedrading, terwijl de hormonen fungeren als biochemische boodschappers. Deze stoffen (vaak eiwitten) worden geproduceerd in klieren en in de bloedbaan afgescheiden. Daar vinden ze hun endocriene weg naar de doelwitcellen, waarop ze binden. De doelcel geeft hierop dan het gewenste antwoord. Om oversignalisatie en -stimulatie te vermijden zijn er controlemechanismen ingebouwd. Eén hiervan is de antagonistische werking tussen twee boodschappereiwitten.  Als insuline de suikerconcentratie in het bloed tracht te verlagen, zal adrenaline deze pogen te verhogen. Het resultaat is een balans. Men spreekt over een homeostase. Dit evenwicht is niet alleen werkend bij de hormonen. Later zal men zien dat dit bij tal van andere fysiologische processen speelt, zoals bloedstolling en –lysis.


    STUDIEMATERIAAL
    • theoriecursus: Eiwitten, enzymen en hormonen (Peter Partoens)
    • info analytische kits voor suikerdiagnostiek
    • ppt-presentaties van alle lessen zijn beschikbaar via Blackboard
    • "Wegwijzer in laboratoriumdiagnose" X. Bossuyt en Boeynaems, Garant, Leuven, 90 441 1021 7 (bib)
    • praktijknota's Peter Partoens

    WERKVORMEN
    Soort werkvorm uren  

    %

    hoor- en werkcolleges:

    3

     lesuren

      13,64

    practicum en oefeningen:

    7

     lesuren

      31,82

    vormen van groepsleren:

    0

     lesuren

      00,00

    studietijd buiten contacturen:

    11

     klokuren

      50,00

    Verdere toelichting:

    EVALUATIE

    Eerste examenperiode
    • INT2-3 :
      Schriftelijk examen met kennis- , inzichts- en toepassingsvragen, zowel stellingvragen, meerkeuzevragen als openvragen kunnen aan bod komen. 
    • Praktische oefening wordt geëvalueerd op basis van permanente evaluatie, aanwezigheid, houding, praktsiche skills en verslag. Op de INT2-3 komen ook aspecten uit het practicum aan bod.

    tijd voor examinering
    uren
    1

    %
     
     04,55

    Tweede examenperiode
    Enkel de INT2-3 kan herhaald worden. De punten behaald op het practicum in 1ste zit worden meegenomen naar 2de zit.